Naar een kleurrijke kerk in Nederland: een transmodern perspectief

door | 1 november 2020 | Oecumene en interkerkelijk | 0 Reacties

Home » Oecumene en interkerkelijk » Naar een kleurrijke kerk in Nederland: een transmodern perspectief

Volgens een recente prognose van het CBS zal het aantal mensen met een migratieachtergrond in de bevolking van Nederland groeien van 24% nu tot 30% bij lage migratie en 40% bij hoge migratie. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, zijn er evenveel of zelfs meer migranten met een christelijke achtergrond dan migranten met een islamitische achtergrond. En als we zien waar de nieuwe immigranten vandaan komen, zal die trend doorzetten. In deze bijdrage verken ik de consequenties hiervan voor kerkopbouw.

De vragen die beantwoord worden zijn: hoe is de relatie tussen plaatselijke Nederlandse kerken en christelijke migrantengemeenschappen? En hoe zou die relatie moeten en kunnen zijn? Het doel is een perspectief te bieden aan kerkelijke opbouwwerkers voor het omgaan met christelijke migrantengemeenschappen. Ik verken de vragen met gebruik van de vier kerntaken van de praktische theologie: observatie, interpretatie, evaluatie en innovatie.1

1. Observatie

Tot midden jaren negentig van de vorige eeuw was er in Nederland nauwelijks sprake van een integratiebeleid. De overheid ging ervan uit dat immigranten zouden terugkeren naar hun landen van herkomst. In 2001 verscheen het rapport ‘Nederland als immigratiesamenleving’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De Raad stelde dat immigratie van alle tijden is, en soms nodig is voor de opbouw van de economie. Ze ging ervan uit dat rond 2050 ongeveer 1/5 van de samenleving niet-westers immigrant zou zijn (3.8 miljoen mensen) en dat de groep “overige” niet-westerse immigranten de groep “klassieke” niet-westerse immigranten (uit Turkije, Marokko, Suriname, Aruba en de Antillen) ruimschoots in omvang zou overtreffen.

Uit het rapport ‘Bevolking 2050 in beeld’ van het Nederlands Interdisciplinair en Demografisch Instituut en het Centraal Bureau voor de Statistiek (2020) blijkt dat de Nederlandse samenleving langzaam die richting uitgaat. Bij een lage migratie zal het aandeel van migranten stijgen tot 30%, in het geval van hoge migratie zal dat aandeel stijgen tot 40% van de totale bevolking in 2050. ‘Kennismigranten’ komen dan vooral uit Latijns-Amerika en Azië. Asielmigranten zullen vooral uit Afrika en het Midden-Oosten komen.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (2020) woonden er op 1 februari 2020 in Nederland 4.230.789 personen met een migratieachtergrond. Dit is 24,3% van de Nederlandse bevolking. Van de totale Nederlandse bevolking heeft 10,5% een westerse migratieachtergrond en 13,8% een niet-westerse migratieachtergrond. Van de personen met een migratieachtergrond is 46,3% in Nederland geboren, maar ten minste een van de ouders is in het buitenland geboren (de tweede generatie).

Hoeveel immigrantenchristenen en immigrantenkerken zijn er? Van de westerse migranten is een groot deel christelijk (uit Polen bijvoorbeeld).Van de niet-westerse immigranten weet niemand het precies. Schattingen van het totale aantal immigrantenchristenen lopen uiteen van 800.000 tot 1.3 miljoen.

Volgens de Stichting Samen Kerk in Nederland (SKIN) zijn er ruim 1200 immigrantenkerken. Maar ook hiervoor geldt: niemand weet het precies. Hoe meet je dit? Wat tel je me? Gebedsgroepen? Bijbelkringen? Sommige zijn heel klein, sommige zijn heel groot. Wat de protestanten betreft zijn ze in kaart gebracht in een database van het SKIN (www.migrantenkerken.nl). Wat katholieken betreft zijn ze in kaart gebracht in een database van het Nijmeegs Instituut voor Missiologie (NIM), ondergebracht bij het Katholiek Documentatie Centrum. Hoe dan ook, bij voortgaande ontkerkelijking van Nederlanders zal de verhouding getalsmatig verschuiven van de plaatselijke Nederlandse kerken naar de christelijke migrantengemeenten.

Als we kijken naar hoe die verhouding inhoudelijk is dan zien we een grote afstand tussen beide partijen. Christelijke migrantengemeenschappen willen vooral hun eigenheid bewaren om diverse redenen. Of, zoals een informant ooit tegen me zei: “we moeten ons al de hele week aanpassen. Op zondag willen we vooral onszelf zijn”.2

2. Interpretatie

Als we proberen te verklaren waar die afstand vandaan komt, dan is er een aantal factoren aan te geven. Een factor is al genoemd. Inhoudelijk is er een grote afstand tussen beide partijen. Er zijn grote verschillen op het gebied van de geloofsleer, de eredienst, geloofsbeleving en de moraal. Verreweg de meeste Nederlandse christenen zien zichzelf als geseculariseerd en liberaal. Christelijke migranten worden gezien als conservatief op het gebied van de geloofsleer (ze geloven in wonderen en engelen), moraal (ze zijn tegen abortus en euthanasie) en liturgie (ze zijn ritualistisch en sacramentalistisch), charismatisch (piëtistisch) of evangelisch (Bijbelvast).

Christelijke immigranten hebben niet het gevoel zichzelf te kunnen zijn in de plaatselijke Nederlandse kerken. Ze voelen zich niet welkom. Volgens de Burgerperspectieven (2019/1) van het Sociaal en Cultureel Planbureau zijn verschillen tussen mensen in Nederland minder geworden, maar ook de acceptatie van verschillen is afgenomen. Mensen accepteren minder dan voorheen dat andere mensen afwijken van wat in Nederland normaal gevonden wordt.

Een andere factor is financieel van aard. Plaatselijke Nederlandse kerken zijn eigenaren van de gebouwen en beheren de infrastructuur. Wat de Rooms-Katholiek Kerk betreft heeft de Stichting Cura Migratorum in 2005 het beheer van de migrantengemeenschappen (parochies,quasi-parochies en missies) overgedragen aan de lokale bisdommen om segregatie tegen te gaan en integratie te bevorderen. Op zich een mooie gedachte, maar tot op heden is dit nauwelijks gerealiseerd.

Het integratieproces werd geforceerd van-boven-af, het moest te snel plaatvinden en het was nauwelijks voorbereid aan beide kanten. En ofschoon het principe dat er achter zat goed was, was de motivatie eerder negatief: geldgebrek, omdat de externe financier van de Stichting Cura Migratorum ermee stopte en vond dat de bisschoppen zelf moesten gaan betalen voor de integratie van immigrantengemeenschappen in lokale kerken. Geen Uitdagende start voor een fusieproces dus.
Wat de protestanten betreft werkt de Stichting Samen Kerk in Nederland samen met de Protestantse Kerk in Nederland, maar voor het overige gaat de Stichting haar eigen gang. Zowel wat katholieken als protestanten betreft is de relatie tussen de plaatselijke Nederlandse kerken en de christelijke migrantengemeenschappen te schetsen als living apart together. Deels heeft dit te maken met macht. Jan Eijken noemt dit een strijd tussen ‘eigenheid’ en ‘eigendom’, of om in termen van de Franse filosoof en socioloog Pierre Bourdieu te spreken: lokale kerken beschikken over materieel kapitaal (gebouwen),immigrantenkerken beschikken over spiritueel kapitaal (geestkracht).3

3. Evaluatie

Nederlandse christenen gaan bij de beoordeling van immigrantenchristenen uit van de verworven vrijheden van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Kerken die niet opkomen voor gelijke berechtiging van homoseksuelen en vrouwen zijn niet aangepast aan de Nederlandse samenleving. Impliciet is de norm van Nederlanders de ‘erfenis van de Verlichting’ en de ‘waarden van de moderniteit’. Maar de vraag is: zijn Nederlandse christenen niet een beetje doorgeschoten wat vernieuwing van geloof en morele vrijheden betreft? Wat Nederlanders ‘normaal’ vinden bijvoorbeeld op het gebied van euthanasie en abortus, vinden de meeste mensen in deze wereld ‘niet normaal’. Dit wil niet zeggen dat dit soort praktijken elders in de wereld niet gebeuren, maar ze worden niet ‘gedoogd’, zoals in Nederland het geval is, laat staan bij wet geregeld.

Concluderend kunnen we zeggen dat Nederlandse christenen het gevoel hebben dat ze ‘modern’ zijn en moeten zijn. Ze vinden dat immigranten-christenen ‘premodern’ zijn en dat ze zich moeten aanpassen aan de moderne samenleving.

4. Innovatie

Wat moeten en kunnen we doen om de verhouding tussen beide partijen te verbeteren? In mijn optiek moeten we op een ‘transmoderne’ manier naar religie in de moderne samenleving kijken. In de ‘moderne’ kijk wordt alles wat anders of vreemd is al snel gezien als aantasting van de ‘verworvenheden van de Verlichting’.

De term ‘transmoderniteit’ is geïntroduceerd door de Mexicaanse historicus en filosoof Enrique Dussel. Dussel schreef over de Latijns-Amerikaanse geschiedenis niet langer vanuit het centrum van de wereld, maar ‘vanuit deperiferie’, vanuit het perspectief van gemarginaliseerde mensen.

Volgens Ziauddin Sardar introduceert het begrip transmoderniteit twee verschuivingen.4 Ten eerste dwingt het beleidsmakers om niet-westerse culturen in hun eigen termen te zien, als onderdeel van een gemeenschappelijke toekomst en niet als achterlijk verleden, dat moet worden gemoderniseerd volgens westerse maatstaven. Niet-westerse culturen kunnen zichzelf moderniseren. Ten tweede introduceert transmoderniteit een nieuwe manier om naar niet-westerse culturen te luisteren. Er is geen eenrichtingsverkeer tussen de westerse en niet-westerse wereld, maar wederkerigheid.

Hoe kunnen we dit doen? De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft in 2016 in zijn rapport ‘Migratie en classificatie’ een nieuw migratie-idioom voorgesteld. Het stelde vast dat tweedelingen als ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’ niet meer van deze tijd zijn. Maar wat is dan het alternatief voor het woord ‘allochtoon’? Is dat buitenlander, nieuwe Nederlander of medelander, of Nederlander met een migratieachtergrond?

Iets dergelijks geldt ook voor het spreken binnen de kerk. Binnen de Protestantse Kerk in Nederland is er een discussie over het al dan niet schrappen van het woord ‘neger’ uit het liedboek. En de termen ‘charismatisch’, ‘conservatief’ en ‘evangelisch’ om immigrantenchristenen te karakteriseren zijn aan herijking toe.

Maar helpt dit? Uit onderzoek blijkt dat nieuwe woorden niet de werkelijkheid kunnen veranderen, maar wel veranderingsprocessen kunnen versterken. In aansluiting bij dit inzicht heeft wijlen Jan Hendriks een pleidooi gedaan voor het gebruik van waarderend onderzoek in kerkopbouw.5 Helaas heeft hij dit niet verder kunnen ontwikkelen. Jan Eijken heeft in zijn studie naar interculturele kerkopbouw in Den Haag een poging gewaagd om het gedachtegoed van Jan Hendriks uit te werken in een pleidooi voor management van betekenisgeving.

Waarderend onderzoek is een methode die de capaciteiten van menselijke systemen beoogt te transformeren door heel bewust te focussen op positieve ervaringen.6 Dit wil niet zeggen dat problemen ontweken worden. Onderzoek toont echter aan dat problemen besproken kunnen worden als mensen zich op hun gemak voelen. Het traditionele actieonderzoek is gericht op het oplossen van problemen en gaat uit van een tekorten of gebreken. Waarderend onderzoek gaat uit van kansen en kracht.

Waarderend onderzoek gaat er niet vanuit dat samenwerking een probleem is. Een organisatie is een onuitputtelijk reservoir van menselijke mogelijkheden. Hieruit worden de volgende adviezen afgeleid. Ten eerste, het onderwerp van gesprek tussen partijen moet positief geformuleerd worden. Ten tweede, vragen moeten deelnemers uitnodigen om piekervaringen en kracht te verwoorden. Ten derde, deelnemers worden uitgenodigd om met elkaar te delen wat goed gaat en dit te versterken.

Besluit

Terugkerend naar de vragen die ik in het begin stelde en lerend van de ervaring van de integratie van immigrantengemeenschappen en lokale parochies binnen de Katholieke Kerk kunnen we zeggen dat het startpunt ongelukkig was. Men ging uit van een probleem, niet van een kans. Bovendien, kijkend vanuit een transmodern perspectief: wiens probleem werd met de beoogde integratie opgelost? Men ging bij de probleemdefinitie uit van het centrum van de kerk, niet van de periferie, de migrantengemeenschappen. Ten derde heeft het begrip integratie voor de immigrantengemeenschappen een negatieve connotatie. Want zij ervaren dat ‘integratie’ in feite betekent dat zij zich moeten aanpassen aan de lokale parochies. Beter dan spreken over integratie is het te spreken over inclusie. De consequentie van de boven geschetste demografische trend en het ingenomen perspectief is dat kerkelijke opbouwwerkers moeten streven naar een ‘inclusieve’ of ‘kleurrijke’ kerk.

In het najaar verschijnt van hem ‘De multiculturele uitdaging. Omgaan met religieuze diversiteit in Nederland’ (Amsterdam University Press, 2020).

1 R. Osmer, Practical Theology. An Introduction. Grand Rapids, Michigan, 2008, 4.
2 F.Wijsen, “…op zondag willen wij vooral onszelf zijn”. Allochtone Christenen in Nederland, in: C. Hermans (ed.), Is er nog godsdienst in 2050?, Budel 2003, 92-111.
3 J. Eijken, Strijd om betekenis. Discoursanalyse van een beleidsmatig experiment interculturele kerkopbouw in de Schilderswijk, Den Haag 2000-2010, Nijmegen 2018.
4 Z. Sardar (2006). How Do You Know? Reading Ziauddin Sardar on Islam, Science
and Cultural Relations. London, 2006, 296-298.
5 J. Hendriks, Goede wijn.Waarderende gemeenteopbouw, Kampen, 2013.
6 R. Masselink, R. van den Nieuwenhof red.,Waarderend Organiseren. Appreciative Inquiry: co-creatie van duurzame verandering, Nieuwerkerk aan den IJssel, 2018.

Frans Wijsen

Frans Wijsen is hoogleraar praktische religiewetenschap en missiologie aan de Radboud Universiteit. Hij is hoofd van het Nijmeegs Instituut voor Missiologie (NIM) en directeur van de Nederlandse Onderzoekschool voor Theologie en Religiewetenschap (NOSTER).

Gerelateerde artikelen

Samenspel: kansrijk veranderen in de kerk

Samenspel: kansrijk veranderen in de kerk

Opzet en aanpak Uitgangspunt voor Bert Bakker is dat er wat te kiezen valt als het gaat om de aanpak van veranderingen. Zijn leermeester Jan Hendriks hield hem dat al voor en zonder enige twijfel kiest Bert Bakker voor de gezamenlijke trektocht en niet voor de...

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *