Het ambt in een lichtere kerk

door | 1 maart 2020 | Organisatie en structuur | 0 Reacties

Home » Organisatie en structuur » Het ambt in een lichtere kerk

Ook voor ‘lichtere’ vormen van kerkzijn is het ambt wezenlijk. In plaats van een ‘lichtere’ ambtsopvatting wordt een herwaardering van het ambt bepleit. Daarvoor moet je klein beginnen.

‘Als we denken aan een lichtere kerk, welke rol speelt het ambt daar dan in?’ En: ‘is een professional noodzakelijk?’ Met die vragen in het achterhoofd kijk ik allereerst naar de praktijk van twee splinternieuwe vormen van ‘lichter’ kerkzijn binnen de Protestantse Kerk, de kerngemeente en de huisgemeente en stel daarna de vraag wat het ambt eigenlijk beoogt.

Kerngemeente

Eind 2018 verscheen het rapport Mozaïek van kerkplekken1, waarin een verbinding gelegd wordt tussen bestaande en nieuwe vormen van kerkzijn. Naast de reguliere gemeenten – als die er zijn – zijn er deze eeuw allerlei missionaire initiatieven ontstaan zoals pioniersplekken, waarvan sommige in een nieuwe, meer duurzame fase terechtkomen. Je zou zo’n geloofsgemeenschap een tiny house kunnen noemen, zegt het rapport, tussen caravan en huis in. De achterliggende gedachte is dat een kerngemeente voluit kerk is, ook al ziet zij er anders uit dan wat nu een reguliere gemeente heet. Anders gezegd: nieuwe kerk-plekken behoeven zich niet aan te passen aan de bestaande organisatie, de kerkelijke structuur past zich aan aan de nieuwe werkelijkheid. Het rapport formuleert 10 essenties van kerkzijn, waarvan er twee spreken over het ambt. De kerngemeente staat onder leiding van een kernraad, ‘met tenminste drie belijdende leden van de Protestantse Kerk die ook een kerkelijk ambt bekleden, en met in de kernraad tenminste één ambtsdrager die bevoegd is om het Woord en de sacramenten te bedienen.’ Waarom vinden de opstellers het essentieel dat er ambtsdragers zijn in de kerngemeente? Omdat de gemeente niet van zichzelf is maar van Christus. ‘Dat vraagt om leiders die vanuit dat besef leven en dat besef ook levend willen houden.’ In het ambt is dat kader gegeven. De ambtsdrager die Woord en sacramenten mag bedie-nen is vanuit kerkordelijk perspectief een ouderling met een bijzondere opdracht maar wordt ook wel aangeduid als ‘pastor’. Voor hem of haar is een tweejarige deeltijd hbo-opleiding voorzien en nascholing. Bezoldiging is een optie, geen must. De Rotterdamse pioniersplek Geloven in Spangen 2 die dit jaar 15 jaar bestaat, is onlangs de eerste kerngemeente van Nederland geworden en staat daarmee op eigen benen.

Het gaat om een kleine, hechte geloofsgemeenschap die actief present is in de wijk. Er is een kernraad met verschillende ambtsdragers. Een van hen is bevoegd Woord en sacramenten te bedienen. Als kerngemeente is GiS gelijkwaardig aan andere (wijk)gemeenten in de buurt.

Huisgemeente

In Groenekan bevindt zich de eerste huisgemeente 3 van de Protestantse Kerk. Het gaat hier om een huisgemeente die ontstaan is ‘na opheffing van een gemeente’ (ordinantie 2-5-10 PKO). Het werd voor de bestaande Hervormde gemeente steeds moeilijker om te voorzien in haar kerkordelijke taken, waaronder de ambten. Nu is er een kleinschalige gemeenschap (15 leden en 15 vrienden) die ‘samenkomt om te vieren, te leren en te dienen’ en dat dienen strekt zich ook uit naar het dorp. De huisgemeente kent geen kerkenraad, maar een commissie die werkt onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad van een naburige gemeente. Wanneer ambtelijke aanwezigheid noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij de bediening van het heilig avondmaal, is er vanuit die gemeente ambtelijke vertegenwoordiging. De huisgemeente heeft geen voorganger, maar een van de leden vervult de rol van aanspreekpunt en coördinator en is theologisch en pastoraal geschoold.

Wat opvalt is dat de aanduiding huisgemeente in de kerkorde gebruikt wordt voor gemeenten voorbij haar opheffing. Ambtsdragers komen van elders, de commissie die leiding geeft werkt ‘in verantwoording’ aan de kerkenraad van de naburige gemeente. Dat roept de vraag op of er sprake kan zijn van een gelijkwaardige verhouding tussen een huisgemeente en haar buurgemeente. Een belangrijker vraag is of de huisgemeente binnen de kerk gezien wordt – net als de kerngemeente – als een volwaardig alternatief 4 voor de ‘reguliere’ gemeente, als een plaats waar de Geest nieuwe wegen kan openen. Als we op het punt van de voorganger een vergelijking maken tussen kerngemeente en huisgemeente dan geldt voor de kerngemeente dat daar een pastor werkzaam is, een ambtsdrager die enige theologische scholing ontvangt en niet per se wordt bezoldigd. De huisgemeente heeft geen daartoe aangestelde voorganger, de eerste praktijkervaringen leren evenwel dat een vorm van coördinatie en theologisch-inhoudelijke begeleiding wenselijk is.

In beide contexten van lichter kerkzijn is er dus behoefte aan iemand die over specifieke deskundigheid beschikt en een coördinerende of leidinggevende rol heeft. Dat komt in de buurt van de definitie van een professional 5, zij het dat een professional ook een vorm van een arbeidsovereenkomst heeft.

Een ‘lichtere’ ambtsopvatting?

In hoeverre valt hier iets uit op te maken voor de betekenis van het ambt in een lichtere kerk? Ik signaleer dat het in veel gemeenten binnen de Protestantse Kerk niet meevalt om nieuwe ambtsdragers te vinden. Deze moeite leidt ertoe dat de vraag gesteld wordt naar een lichtere structuur met minder ambtsdragers – een mogelijkheid die de huidige kerkorde al biedt – en heeft ook tot gevolg dat er een ‘lichtere’ ambtsopvatting ontstaat. Om potentiële ambtsdragers niet af te schrikken worden de ‘eisen’ naar beneden bijgesteld.

Mijns inziens is die laatste ontwikkeling niet in het belang van de kwaliteit van het gemeente-zijn. Ik pleit zeker niet voor een terugkeer naar de gewichtigheid van het ambt, wel voor een nieuwe waardering en daarmee een ander imago van het ambt. Het Mozaïek van kerkplekken lijkt daar een aanzet toe te geven waar zij het belang van het ambt voor een kerngemeente onderstreept. Daarin sluit het rapport mooi aan bij de oecumenische Limaverklaring 6 (1982): de aanwezigheid van ambtsdragers herinnert de gemeente aan Gods initiatief en haar afhankelijkheid van Jezus Christus.

Coördineren en stimuleren

Maar wat ‘doet’ het ambt precies? Daar is veel over gezegd en daar zal dit jaar ongetwijfeld nog veel over gezegd worden wanneer de werkgroep van de Protestantse Kerk klaar is met haar werk. Om de grote vraag naar de inhoud van het ambt te beantwoorden is het wezenlijk klein te beginnen: groter denken, kleiner doen.7 De jonggestorven nieuwtestamenticus J.P, Versteeg (1938-87) geeft daarvoor een aanzet in een detailstudie van Efeze 4,16 In zijn onderzoek8 naar de structuur van de gemeente in het Nieuwe Testament staat hij stil bij Paulus’ aanduiding van de gemeente als lichaam van Christus, dat wordt ondersteund en bijeengehouden door gewrichtsbanden, volgens veel exegeten een aanduiding voor de ambten/ de ambtsdragers. De gemeente die Paulus beschrijft is de charismatische gemeente; de Geest verleent aan elk lid van het lichaam gaven voor de opbouw van de gemeenschap en het vervullen van haar roeping. Die charismatische structuur functioneert echter niet vanzelf, daarvoor zijn er ambtsdragers gegeven. Het woord dat de NBV met gewrichtsbanden vertaalt  kent een specifieke, medische achtergrond en kan ook worden gelezen als de ‘pezen’ in het lichaam. Pezen functioneren als de verbindingsschakels tussen de verschillende lichaamsdelen en ze worden in de oudheid beschouwd als toevoerwegen voor het voedsel. De verschillende charismata worden op deze manier met elkaar verbonden zodat ze niet tegen elkaar inwerken en ze worden geestelijk gevoed en aangewakkerd om te groeien. Dat is wat het ambt doet: het functioneert door te doen functioneren, concludeert Versteeg. Welke beelden er ook van het ambt bestaan en wat je ook allemaal van ambtsdragers zou kunnen verwachten, in de kern hebben ze in de gemeente een coördinerende en stimulerende rol. Het is wat mij betreft een voorbeeld van een perspectief dat aansluit op de hierboven geschetste praktijk van de kern- en de huisgemeente en dat wel eens relevant zou kunnen zijn voor elke andere gemeente. Ik heb er hoop op dat de door de Protestantse Kerk gekozen inzet om back to basics te gaan ook rondom het ambt helpend en misschien zelfs bevrijdend kan werken. De actuele bezinning op lichtere vormen van kerkzijn daagt tot die concentratie uit.

1 Download via https://www.protestantsekerk.nl/thema/mozaiek-van-kerkplekken
2 https://geloveninspangen.nl
3 http://www.blauwkapel-groenekan.nl
4 Dit punt is ook gesignaleerd in de tussenrapportage Lichter Verkend waarin nagedacht wordt over de toekomst van kleine gemeenten en haar verlangen naar een lichtere structuur. Een vervolgrapport wordt later dit jaar verwacht. Download via https://www.protestantsekerk.nl/synodeagenda/generale-synode-november-2019/
5 Een professional is vrijwilliger noch amateur. Zie voor deze afbakening Nico Belo e.a. (redactie), Praktijkgericht. Handboek voor de hbo-theoloog, Zoetermeer: Boekencentrum 2010, 31-2.
6 Het invloedrijke BEM-document over Baptism, Eucharist and Ministry van de Wereldraad van Kerken.
7 Vgl. Herman Tjeenk Willink Groter denken, kleiner doen, Amsterdam: Prometheus 2018, die vanuit dit perspectief over de toekomst van onze democratische rechtsorde schreef.
8 J.P. Versteeg, Kijk op de kerk. De structuur van de gemeente volgens het Nieuwe Testament, Kampen: J.H. Kok 1985.

Ds. Gerrit van Meijeren is als classispredikant verbonden aan de classis Zuid-Holland Zuid van de Protestantse Kerk.

Gerelateerde artikelen

Samenspel: kansrijk veranderen in de kerk

Samenspel: kansrijk veranderen in de kerk

Opzet en aanpak Uitgangspunt voor Bert Bakker is dat er wat te kiezen valt als het gaat om de aanpak van veranderingen. Zijn leermeester Jan Hendriks hield hem dat al voor en zonder enige twijfel kiest Bert Bakker voor de gezamenlijke trektocht en niet voor de...

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.