De katholieke parochie: regel, realiteit en uitdaging

door | 1 maart 2020 | Trends en ontwikkelingen | 0 Reacties

Home » Trends en ontwikkelingen » De katholieke parochie: regel, realiteit en uitdaging

In de katholieke kerk worden naburige parochie tot grote nieuwe parochies samengevoegd. Wat betekent dit voor de parochianen?

1. De regel

De drie gemeenschapsniveaus in de katholiek kerk

De katholieke kerk kent drie gemeenschapsniveaus. Die niveaus kunnen vanuit de herderlijke basisambten -paus, diocesane bisschop en pastoor- worden getypeerd. De paus is dan de herder van de universele kerk, de diocesane bisschop de herder van een bisdom en de pastoor de herder van een parochie. Na het Tweede Vaticaans Concilie wordt het gemeenschapskarakter van de kerk meer op de voorgrond gesteld. De kerk als geheel oftewel de universele kerk omvat dan de wereldwijde katholieke geloofsgemeenschap die onder herderlijk gezag van de paus staat.

Het bisdom is een gemeenschap van gelovigen binnen de katholieke kerk met de diocesane bisschop als haar herder en de parochie een bepaalde gemeenschap van gelovigen binnen een bisdom waarvoor een pastoor als herder is aangesteld. Van belang is zich te realiseren dat de drie gemeenschapsniveaus niet drie van elkaar gescheiden kerkelijke lagen zijn. De drie gemeenschapsniveaus doordringen elkaar. Een katholieke gelovige maakt derhalve niet alleen deel uit van een parochie maar behoort tevens tot een bisdom en is ook opgenomen binnen de kerk als geheel. Een katholieke gelovige heeft dan ook drie herders: de pastoor, de bisschop en de paus. Het Tweede Vaticaans Concilie dringt er dan ook op aan dat de gelovigen zich bewust moeten zijn van het feit dat zij niet alleen tot een parochie behoren maar tevens deel uitmaken van een bisdom en de universele kerk. Zij dienen zich met deze drie gemeenschapsniveaus verbonden te weten. Voor de gelovige echter is de parochie het belangrijkste niveau. Binnen de parochie wordt het geloof liturgisch gevierd en gemeenschappelijk beleefd.

De parochie: centrum van zielzorg en pastorale zorg

De parochie is als het ware het centrum van zielzorg en de pastorale zorg. Zielzorg en pastorale zorg staan niet los van elkaar maar veronderstellen en overlappen elkaar. Tot de zielzorg kan de sacramentenbediening en de individuele spirituele zorg worden gerekend. De zielzorg is dan met name gericht op het persoonlijk religieuze leven van de gelovige. Pastorale zorg kan dan breder worden verstaan en omvat dan met name de activiteiten waarbij het accent op het gemeenschappelijke ligt, zoals de liturgie, de catechese, de gemeenschapsopbouw, de caritas, de oecumene en de missionering. Zielzorg en pastorale zorg zijn echter niet van elkaar gescheiden, omdat de pastorale zorg zich immers ook op het zielenheil richt en de zielzorg tevens een pastoraal karakter heeft. De diocesane bisschop is kerkrechtelijk verplicht om het bisdom in aan elkaar grenzende parochies in te delen. Daarmee wordt gewaarborgd dat iedere katholiek deel uitmaakt van een parochie en aldus een eigen pastoor als herder heeft tot wie ze zich kunnen wenden voor zielzorg en pastorale zorg. Op zijn beurt is de pastoor verantwoordelijk voor de behartiging en organisatie van de zielzorg en de pastorale zorg van de parochiegemeenschap. Dit betekent overigens niet dat de parochianen zich alleen voor hun zielzorg en pastorale zorg tot de eigen pastoor dienen te wenden. Het is hen toegestaan om zich tot een andere zielzorger buiten de parochie te wenden. Het betekent echter wel dat de pastoor ambtshalve gehouden is om in de zielzorg en pastorale zorg van de ‘zijn’ parochiegemeenschap en parochianen te voorzien. In het katholiek kerkrecht wordt de parochie dan ook getypeerd als een bepaalde gemeenschap van christen-gelovigen waarvan de pastorale zorg aan een pastoor als haar eigen herder is toevertrouwd. Een parochie maakt deel uit van het bisdom en is duurzaam van aard. De pastoor wordt door de diocesane bisschop benoemd en staat onder bisschoppelijk gezag. Deze typering van de parochie vanuit het katholiek kerkrecht is bestuurlijk-organisatorisch van aard. De parochie wordt bezien als in kerkelijke instelling ter behartiging en organisatie van de zielzorg en pastorale zorg binnen de katholieke kerk, waarvoor een pastoor is aangesteld die daarvoor verantwoordelijkheid draagt. Let wel, daar is niets mis mee, maar daarmee is niet alles mee gezegd.

De parochie: eucharistische gemeenschap

De katholieke kerk houdt haar gelovigen voor dat de viering van de eucharistie de bron, het hoogtepunt en het middelpunt van het christelijk leven is. De eucharistie veronderstelt niet alleen gemeenschap in geloof, maar bevestigt en de bekrachtigt tevens de gemeenschap in geloof. De kerk als gemeenschap komt in de viering van de eucharistie tot uitdrukking. De zondagsplicht bestaat nog altijd. Alle katholieken zijn gehouden op iedere zondag en op alle feestdag aan de viering van de eucharistie deel te nemen. In de regel gebeurt dit binnen de parochie. Vandaar dat het Tweede Vaticaans Concilie de parochie als eucharistievierende gemeenschap typeert. Het vieren van de eucharistie en het parochiële geloofsleven zijn nauw met elkaar verbonden. Als bron, hoogtepunt en middelpunt van het christelijk leven vindt, of beter gezegd, viert de parochiegemeenschap zijn christelijke eigenheid in de eucharistie. De eucharistie maakt de parochie tot parochie van waaruit en waar- omheen het parochiële leven zich ontwikkelt en wordt opgebouwd. Maar de parochiële eucharistieviering is geen geïsoleerde parochiële kerkelijke viering. In de parochie wordt de eucharistie gemeenschappelijk gevierd in gemeenschap met de diocesane kerk en de kerk als geheel. Dit blijkt doordat in het eucharistisch tafelgebed wordt verwezen naar de verbondenheid met de diocesane bisschop en de paus, die beiden uitdrukkelijk en met name worden genoemd. Kortom, de parochie dient niet alleen vanuit een bestuurlijke invalshoek als centrum van zielzorg en pastorale zorg te worden getypeerd, maar de parochie heeft tevens een sacramentele basis: de viering van de eucharistie als bron, hoogtepunt en middelpunt van het christelijk leven in verbondenheid met de diocesane bisschop en de paus.

2. De realiteit

Zoals bekend worden in Nederland naburige parochies tot een nieuwe parochie samengevoegd. De voormalige parochies ontbrak het aan vitaliteit om zelfstandig voort te bestaan. Het aantal kerkbezoekers verminderde, evenals het aantal vrijwilligers, waarbij ook de vergrijzing -zoals dat heet- een belangrijke rol speelt. Er waren niet genoeg priesters om tot pastoor te kunnen worden benoemd. Vaak stonden ook de financiën onder druk.  In veel parochies kon niet meer wekelijks de eucharistie worden gevierd maar slechts een- of tweemaal per maand. Het samenvoegen van parochies is dan niet de oplossing maar een door de situatie opgelegde bittere noodzaak. De nieuwe parochies omvatten een groter gebied maar daarin meerdere voormalige parochiegemeenschappen en meerdere kerkgebouwen waarin deze gemeenschappen bijeenkomen om het geloof te vieren. Maar de krimp maakt het niet alleen noodzakelijk om parochies samen te voegen maar ook om kerkgebouwen te sluiten. Het samenvoegen van parochies in een grotere nieuwe parochie ervaren de gelovigen doorgaans niet als problematisch. Hieruit blijkt dat katholieken zich niet zozeer met hun parochie identificeren. De samenvoeging voltrekt zich vooral op bestuurlijk niveau, waarbij het samenvoegen van rijkere en armere parochies wel een punt kan zijn. Het sluiten van kerkgebouwen geeft echter een ander beeld. Kerksluitingen verlopen niet alleen moeizaam maar gaan ook met emoties en verzet gepaard. Er wordt geld verzameld om een kerksluiting te voorkomen, waarbij wel eens uit het oog wordt verloren dat het aan duurzame geloofsvitaliteit ontbreekt. Tegen kerksluitingen wordt geprotesteerd en besluiten tot kerksluitingen worden via kerkelijke procedures zelfs tot in Rome aangevochten. Hieruit blijkt dat de gelovigen zich wel met hun kerkgebouw identificeren. Dit ligt voor de hand omdat het kerkgebouw als het ware het gelovig thuis van de daarmee verbonden gemeenschap is en de kerksluiting als het ware tot een religieuze ontheemding leidt. Men moet dan op zoek naar een nieuw gelovig thuis. En de nieuwe parochie? Is dat het centrum van zielzorg en pastorale zorg? Is de nieuwe parochie een eucharistische gemeenschap? Een visie is om de nieuwe parochie als een gemeenschap van gemeenschappen te beschouwen. Maar is dat geen illusie? De nieuwe parochiële gemeenschap moet toch nog ontstaan en de ‘oude’ gemeenschappen strijden doorgaans om hun lijfsbehoud en vooral voor het behoud van hun kerkgebouw. Wat is dan het gemeenschappelijke? Maar op grond van ‘de parochie in de regel’, zoals hierboven uiteengezet, zal toch het accent op de nieuwe parochiegemeenschap moeten komen te liggen. Daarbij gaat het niet alleen om de parochie als een kerkjuridische instelling, maar om de parochie als centrum van zielzorg en pastoraat en met name om de parochie als eucharistische gemeenschap.

3. De uitdaging

De uitdaging ligt dan in de nieuwe parochie. Dit betekent voor de gelovigen dat zij afscheid nemen van het oude vertrouwde om het vertrouwde binnen een nieuwe gemeenschap te hervinden, dat wil zeggen binnen de nieuwe parochiegemeenschap. Dat is een proces van afscheid nemen en op weg gaan naar een nieuw gelovig thuis. Het veronderstelt het onder ogen zien van de waarde van de eucharistie niet alleen in het perspectief van de parochie-gemeenschap maar tevens in perspectief van de bisdom-gemeenschap en de wereldwijde geloofsgemeenschap.

Dat is een kwestie van christelijke spiritualiteit. Misschien kan het Tweede Vaticaans Concilie hierbij nog een steuntje in de rug geven. Dit concilie heeft zich uitgebreid over de aard van de kerk uitgesproken. De kerk als volk Gods was daarbij een belangrijk thema. Maar dit volk Gods, zoals het concilie dit verwoordt, is het volk Gods dat onderweg is. Het ‘volk Gods onderweg’ wordt door het concilie met het beeld van de pelgrimerende kerk nader ingevuld. Daarbij ligt de nadruk op de kerk in de wereld (met de nadruk op in). Het gaat om de kerk die pelgrimeert in de weerbarstigheid van het wereldse en niet alleen bij voorspoed maar ook bij tegenspoed gelovig koers houdt. Dit betreft het perspectief en bewustzijn van het gelovig en in geloofsvertrouwen onderweg zijn.

Ton Meijers is Universitair hoofddocent School of Catholic Theology (Tilburg University).

Gerelateerde artikelen

Samenspel: kansrijk veranderen in de kerk

Samenspel: kansrijk veranderen in de kerk

Opzet en aanpak Uitgangspunt voor Bert Bakker is dat er wat te kiezen valt als het gaat om de aanpak van veranderingen. Zijn leermeester Jan Hendriks hield hem dat al voor en zonder enige twijfel kiest Bert Bakker voor de gezamenlijke trektocht en niet voor de...

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.