Kerkopbouw: leer mensen vieren!

door Nico Belo | 16 maart 2020 | Boekbesprekingen | 0 Reacties

Home » Boekbesprekingen » Kerkopbouw: leer mensen vieren!

Zou ik zo het boek van Hans Schaeffer mogen samenvatten? Kerkzijn en kerkopbouw – wat wordt er veel vergaderd, gepraat en bestuurd. Stop ermee, leer vieren en oefen dat! Laten we vanuit ons ‘hoofd’ (verstand, rationele overweging) komen en veel meer naar ons ‘hart’ (beleving, ervaring) gaan.

Die samenvatting doet geen recht aan wat Hans Schaeffer in zijn bundel ‘Kerk om te vieren’ biedt. Het is een leuke bundel, die is uitgegeven ter gelegenheid van het uitspreken van zijn inaugurele rede als hoogleraar Praktische Theologie (met bijzondere aandacht voor de praktische ecclesiologie en de liturgie). Dat uitspreken van deze rede is op 28 juni 2019 gebeurd in de Burgwal-kerk in Kampen. Ook op deze plaats willen we Schaeffer van harte feliciteren met zijn hoogleraarschap.

Dit boek is een bundeling van al eerder gepubliceerde artikelen met als afsluiting de inaugurele rede. Goed om wat al doordacht was samen te voegen. Een nadeel is wel dat je veel herhalingen van analyses en beschouwingen tegenkomt. Maar wie weet, is dit boek een mooie opstap naar het ontwikkelen van een Handboek praktische theologie, voor zowel academisch als hoger beroepsonderwijs. Het boek is waarschijnlijk onder tijdsdruk ontstaan: er zitten helaas teveel storende tikfouten en verkeerde zinsconstructie in de artikelen. In dit boek vind je boeiende reflecties op de inhoud van praktische theologie (alleen de werkelijkheid beschrijven of ook handelingsaanwijzingen geven?), praktisch-theologische reflecties op de praktijken van het kerkzijn in relatie tot de uitdagingen in de samenleving, methoden van praktisch-theologisch onderzoek, het spanningsveld tussen theologie en de menswetenschappen (agogiek, pedagogiek en psychologie), Bijbel lezen en de hermeneutiek, ambt in relatie tot geestelijk leiderschap, gemeenteopbouw en liturgie.

Om een aantal redenen ben ik blij met deze bundel. Mooi dat op de Theologische Universiteit Kampen specifieke aandacht is voor praktische theologie, toegespitst op de ecclesiologie en de liturgie. Praktische theologie is gelukkig geen onderdeeltje van bijvoorbeeld de systematische theologie. Het ‘vak’ praktische theologie mag hier gewoon bestaan. Mooi dat in dit boek verschillende invalshoeken van praktische theologie getoond worden en dat duidelijk wordt dat dit te maken heeft met verschillende theologische benaderingen. Thema’s die bij hbo-theologie-opleidingen al volop de aandacht krijgen, worden nu verder wetenschappelijk doordacht. Hier ligt mijns inziens een mooie uitdaging om dit wetenschappelijk doordenken niet zonder de hbo-theologie-opleidingen te doen.

Dat de visies op gemeenteopbouw relateren aan ‘Gemeenteopbouw rondom het Woord’ (Christan Möller) is niet zo verbazingwekkend. Zowel De Ruijter als Te Velde (voorgangers van Schaeffer op deze universiteit) hebben zich hiermee bezig gehouden. Deze gemeenteopbouwstroming sluit ook het meest aan bij de visie op kerkzijn in de orthodox-protestantse kerken.

Wat me het meest boeide, is de aandacht voor liturgie in gemeenteopbouw. Een zinnetje dat me bezighoudt is: ‘in literatuur binnen gemeenteopbouw is de notie van de formatieve kracht van liturgie en het deelnemen aan de liturgie als vorming, vrijwel afwezig.’ Ik herken dat. En als je niet oppast ‘hangt’ in orthodox-protestantse kerken de liturgie er maar een beetje bij, omdat alle aandacht en tijd gaat naar de preek (nog niet benoemd met de liturgische aanduiding ‘verkondiging’ of ‘Dienst van het Woord’). Daarom ben ik erg benieuwd naar uitkomsten van onderzoek, die antwoorden gaan geven op de vraagstelling van het wetenschappelijk onderzoek: Wat kan onderzoek naar, onderwijs in en kerkelijke dienstverlening op het gebied van liturgie bijdragen aan de concrete, lokale belichaming van het kerkzijn? (168) Kerkelijke praktijken, christelijke praktijk moeten een voedingsbodem hebben (181). De bronpraktijk is de gemeenschappelijke viering in de liturgie. Liturgie werkt vormend en initiërend. Mensen zijn verlangende wezens (182). Maar hoe raken de rituelen in een liturgie dan aan mijn verlangens (186)? Hoe worden mijn verlangens dan op een specifieke manier gevormd? Hoe werkt dat dan, dat we door deelname aan een liturgie ingeoefend worden om in Gods wereld onze eigen plaats te vinden (184)? In de liturgie wordt de kerk gevormd tot wat ze is: volk van God, lichaam van Christus. Theologisch en geloofsmatig volg ik dat. Hoe wat betekent dit dan agogisch?

Op de voorkant van het boek staat een foto van een ‘pyx’, een bewaarplaats van de hostie, van het gewijde brood. Deze foto is – volgens Schaeffer – symbool voor de liturgie: bewaard in menselijke vormen is de liturgie zowel expressie van menselijk verlangen als vorming door de Vader, in Christus, door de Heilige Geest (192). Schaeffer zal zeker zijn bronnen hebben om deze foto zo toe te lichten. In de redactie van het WKO-bulletin leverde dit bij de katholieke collega’s verwarring op: is het geen ‘pyxis’? Een pyxis is geen bewaarplaats voor de hostie, maar een doosje waarin de hostie meegenomen wordt naar zieken. Dat is op zich ook een mooie gedachte: de liturgie die uitgedragen wordt op de straat, in het publieke leven!

Het lezen van dit boek stelt me voor een aantal vragen – hierboven stelde ik ook al vragen – die mijns inziens van belang zijn voor kerkopbouw:

  1. Als liturgie in de kerkpraktijk werkelijk een bron-praktijk is, waarom besteden we in kerkopbouw niet veel meer aandacht aan het beoefenen van de liturgie door ambtsdragers en gemeenteleden? Nu besteden we in gemeenteopbouw veel tijd aan beleidsontwikkeling, verbinding samenleving en kerk, kerk en buurt, missionair handelen, diaconale presentie, enz. M.i. erg belangrijke thema’s. Maar moeten we onze tijd en aandacht dan niet anders verdelen?
  2. De liturgie als vormende en initiërende praktijk: hoe zit dat met verschillende doelgroepen (denk alleen al aan de verschillende belevingen van ouderen en jongeren)? Hoe overstijgen we de doelgroep-verschillen en komen we tot een ervaring dat we in Gods wereld getrokken en betrokken worden? Juist in een context waarin de verschillen versterkt worden en gestimuleerd worden als ‘optimale aansluiting bij jouw individuele behoeften’.
  3. Waar blijkt die transformerende werking van de liturgie dan uit? Hoe zie je dat in de praktijk?
  4. Hoe kan een liturgie de collectieve identiteit van een gemeente vormen? Zeker binnen de protestantse kerken wordt die identiteit sterk bepaald door de identiteit van de voorganger.
  5. Hoe kan het nadenken over liturgie en het gegeven dat mensen verlangende wezens zijn meer aansluiten bij de ‘pedagogiek van het verlangen’? Hoe wekken we dan het verlangen van mensen?

Wanneer een boek aan het denken zet, vind ik dat een goed boek. Vooral de hoofdstukken 5-7. Ik hoop van harte dat het onderzoek helpend is voor kerkopbouw, voor de kerkelijke dienstverlening!

Hans Schaeffer, Kerk om te vieren, Praktisch-theologische reflecties op kerkzijn, 2019, Summum Academic Publications, Kampen, ISBN 9789492701077, 234 pag. € 24,99.

Nico Belo

Hoofdredacteur bij Werkverband Kerkelijke Opbouwwerk.

Gerelateerde artikelen

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *