Waar een woord is, is een weg – impressie

Sinds het ontstaan in 2004 heeft de PKN twee visiedocumenten het licht laten zien:
Leven in verwondering’ (2005) en ‘De hartslag van het leven’ (2012).
In beide documenten ligt een sterke nadruk op de verwoording van datgene waar de Protestantse Kerk voor staat en waar zij zich op wil richten, gezien de situatie waarin zij zich bevindt.

In Leven in verwondering ligt een sterke nadruk op geloofsverdieping en geloofsoverdracht met stevige aandacht voor het missionair-diaconale werk en het jeugdwerk. De hartslag van het leven bouwt voort op het eerste. Enkele aspecten worden sterker belicht. Zo valt op dat er aandacht wordt gevraagd voor meer aansprekende vormen van gemeente-zijn en liturgie. Ook de opkomst van en samenwerking met migrantenkerken komt meer in beeld.
In het jongste visiedocument Waar een woord is, is een weg ligt de nadruk minder op de vraag naar de identiteit van de kerk.

Aan het woord is Karin van den Broeke, voorzitter van de generale synode van de PKN, licht het ontstaan en de inhoud toe van ‘KERK 2025Waar een woord is, is een weg. Ze deed dit 1 maart 2016 op een werkdag van In Between [het netwerk van interim-pastores binnen de PKN].

Traject Kerk 2025

Uit het voorwoord
Arjan Plaisier (toen scriba van de generale synode) ‘Het lijkt wel of we gevangen zijn geraakt in onze eigen kerkcultuur. We stralen voor velen uit een besturenkerk te zijn. Hoe kunnen we komen tot de lichtere gang waarmee Jezus ooit zijn leerlingen uitzond?’ (3)

Daarmee zijn de inhoudelijke kernthema’s van de beide vorige documenten er nog steeds. Centraal staat echter nu de vraag of de structuren en de bovenplaatselijke organisatie nog wel dienstbaar zijn aan de essentie van de kerk.

Samenvattend
Het visiedocument laat zich het beste samenvatten met het opschrift van het eerste hoofdstuk: back to basics.

  • Enerzijds staat dit voor het opnieuw ontdekken van de kern van kerk-zijn als de plek waar God geloofwaardig wordt, de gemeenschap waarin mensen elkaar aanvaarden in Jezus’ naam en een plek waarin je leert hoe je ‘goed leven’ leert en praktiseert.
  • Anderzijds is dit motto ook illustratief voor de voorstellen die gedaan worden voor de inrichting van de kerk, waarbij de prioriteit wordt gelegd bij de plaatselijke geloofsgemeenschap. In het hoofdstuk over het DNA van de Protestantse Kerk staat: ‘Het protestantse komt vooral uit in het presbyterale-synodale karakter van onze kerk. Dat betekent allereerst dat het hart van de kerk klopt in de plaatselijke gemeente. Waar twee of drie samenkomen, is Christus in hun midden. De kerk is dus niet een service-instituut waar professionals een publiek bedienen.’ (15)

kerk2025In het laatste gedeelte van het document worden onder de titel van ‘Anders verder’ voorstellen gedaan om de organisatie van de kerk dusdanig aan te passen dat het ‘het leven van de Geest in de kerk en de gemeenten ruimte krijgt zich te ontwikkelen’. (18) Daarbij zijn drie principes leidend:

  1. een ‘lichtere’ vorm van inrichting die passend is bij de kern van kerk-zijn;
  2. maximale ruimte voor de plaatselijke gemeente door vermindering van organisatie- en regeldruk;
  3. eenvoud in de inrichting, dat wil zeggen passend bij de realiteit, maar met waarborging van kwaliteit en geënt op wat er aan gaven, mensen en middelen is.

De belangrijke voorstellen uit KERK2025

  • een versterking van de samenwerking van gemeenten;
  • het opheffen van alle classes en deze samenvoegen in regio’s. Gedacht wordt aan ongeveer acht regio’s. Deze regio’s weten zich verantwoordelijk voor de vitaliteit van het kerkelijk leven daarbinnen. De regio is primair een ontmoetingsplaats van gemeenten, maar is ook de formele eenheid voor management.
  • een (vrijgestelde) voorzitter van een regio wordt beschouwd als de belichaming van de samenhorigheid en het samen kerk-zijn in die regio. Het gaat om een nieuwe betaalde ambtelijke functie. Hij of zij is eerder een pastor pastorum dan een manager.
  • het parochiale stelsel van een landelijk dekkend netwerk van gemeenten wordt verlaten. Dat wil vooral zeggen dat de traditionele territoriale gemeente niet meer de enige vorm van kerkelijke presentie is. Mensen verbinden zich ook met andere vormen van kerk-zijn, zoals een huiskerk, een oecumenisch verband, een kerkelijke beweging, e.d. Het sluit met name aan bij de ingezette koers en ruimte voor protestantse pioniersplekken die op en door territoria van bestaande gemeenten heen functioneren.
  • het ontwikkelen van een cultuur van mobiliteit voor predikanten en kerkelijk werkers en van teamverbanden.

Gesprekshandreiking Kerk2025

Het valt op dat er in de voorstellen nergens gesproken wordt over hoe dit proces van verandering ondersteund wordt, behalve bij de voorstellen rond het beheer van goederen en middelen. Daar wordt wél de vraag gesteld hoe, gelet op de diversiteit in dienstverlening aan gemeenten, de krachten gebundeld kunnen worden.
In haar presentatie en uitleg vertelde Karin ten Broeke wel iets meer. Ze sprak over een afslanking van de huidige dienstverlening. (In dit verband is al bekend dat de functie van gemeenteadviseur zal verdwijnen.) Ook wordt nagedacht over de maximale duur dat een predikant aan één gemeente verbonden mag zijn.

De plaatselijke gemeente meer centraal
De nadruk moet veel meer liggen op de kracht van de plaatselijke gemeente. Enerzijds zal daar de ondersteuning meer moeten komen vanuit de nieuw te vormen regio, onder meer vanuit de aanwezige expertise van de regiovoorzitter, een betaalde deeltijd kerkvisitator. Ook zou er onderling een beroep gedaan kunnen worden op de deskundigheid van de predikanten en kerkelijk werkers die binnen een regio werkzaam zijn.
Anderzijds wordt ook gedacht aan een soort landelijke schil van deskundigen, die afhankelijk van de vraag ingehuurd kunnen worden. De term ‘landelijk kennisplein’ viel. Te denken valt aan mensen die werken als zzp’er of werkzaam zijn aan een theologische opleiding.
Het huidige dienstencentrum krijgt vooral het karakter van makelaar.

Wat betekent dat voor interimmers? (zoals de leden van In Between)
Na de toelichting werd gesproken over de betekenis en de rol van de interim-predikant in dit proces en over de implicaties van het afslanken van de dienstverlening.

Vanuit het perspectief van het WKO vielen mij een paar dingen op:

  • Door het wegvallen van de functie van gemeenteadviseur zal de interim-predikant sterker in die rol komen. Dit kan een spanning oproepen. Een aantal interimmers is ook gewoon gemeentepredikant. In een van de gespreksgroepen kwam deze spanning naar voren toen gevraagd werd of de rol van interim-predikant zich verdraagt met andere rollen. Het liefst vervulde men die rol buiten de eigen werkgemeenschap c.q. samenwerkingsverband van predikanten en kerkelijk werkers. Maar wat betekent dat als de classes worden afgeschaft en grote regio’s ervoor in de plaats komen?
  • De idee van de makelaarsfunctie van een afgeslankt dienstencentrum riep in de bijeenkomst vragen op bij de positie en de rol van zzp’ers. Wat is hun commitment bij de kerk en de gemeente? Moeten zij niet een soort zending hebben om als gemeenteadviseur, kerkelijk opbouwwerker of ook interim-predikant te kunnen werken?

faqkerk2025De afslanking van de dienstverlening en het verdwijnen van de functie van gemeenteadviseur roept de vraag op wie de taak van het kerkelijk opbouwwerk gaat behartigen. In een aantal bisdommen van de RKK is de dienstverlening inclusief de functie van kerkelijk opbouwwerker ook verdwenen. Hiermee verdween ook veel deskundigheid op het gebeid van kerkelijk opbouwwerk. Hoewel geprobeerd wordt om deze deskundigheid te borgen op het niveau van de pastores in parochie, lijkt dit geen succes.
Gaat de PKN hierin een andere uitwerking krijgen? Of niet?

Ter afsluiting
De kerkelijke structuren en het opbouwwerk gaan er anders uitzien, lezen we in ‘Kerk 2025’. Het is duidelijk dat de PKN serieus neemt dat de kerk in een nieuwe tijd aan de slag moet met haar oude structuren. De tijd zal leren of er zegen op komt te rusten.

Bijdrage van Bernard Höfte